Tuinieren in de versteende stad: “Medewerking van gemeente is ontzettend belangrijk”

dinsdag 11 juli 2023

Carlijn Krielaars is operatieassistent in het ziekenhuis, balkon- en geveltuintjeshovenier én boomspiegelplanter. Midden in de versteende binnenstad van ‘s-Hertogenbosch ziet zij kansen om planten te laten groeien en bloeien. Met al dat groen draagt ze bij aan verkoeling, schonere lucht, regenwateropvang en natuurlijk het herstel van de biodiversiteit. Bij dit soort groene burginitiatieven blijkt ondersteuning van gemeentes essentieel.

Carlijn Krielaars tussen planten en bloemen

Tuinieren zonder tuin: Carlijn bewijst dat het kan. Haar kleine balkon en de steeg bij haar huis toverde ze om tot een jungle vol leven. En daar bleef het niet bij. Onder de naam van de Groene Buurvrouw neemt ze met alle liefde de ruimte rond de 45 bomen in haar straat onder handen en zaait ze kale stukken gemeentegrond in tot bloemenweide (adoptiegroen). Ook legt ze voor andere stadsbewoners geveltuinen aan. Inmiddels gonst het van de bijen en is de stad een stukje koeler in de zomer.

Op stadssafari langs buurtgroen

Een wandeling door de binnenstad verandert met de Groene Buurvrouw al snel in een stadssafari. Van een jungle op een klein balkon, langs bloeiende geveltuinen en boomspiegels naar een bloemenweide vol insecten. Allemaal midden in de versteende stad.

Met veel oog voor detail leidt Carlijn me rond. We beginnen op haar balkon, waar nauwelijks plek is om te zitten: overal staan planten. Het huis van de buren is volledig begroeid door wilde wingerd, twaalf jaar geleden geplant door Carlijn. “Hij groeit inmiddels over één, twee, drie, vier huizen. Klimplanten koelen je huis echt goed en houden de gevel droog. Deze plant graaft zich niet in de stenen van de muur. Daar zijn mensen vaak bang voor.” Beneden in de steeg zien we kamperfoelie, passiebloem en hedera door de wilde wingerd groeien. Allemaal van levensbelang voor bijen en vlinders.

Uitdagingen van klimaatverandering

Het is niet altijd makkelijk om te tuinieren in tijden van klimaatverandering. De hitte en droogte van de afgelopen zomers stellen Carlijn regelmatig voor uitdagingen. “Het is harder werken en het is anders beplanten. Sommige planten verbranden gewoon door de felle zon.” Als we langs de boomspiegels naar de bloemenweide lopen, zien we daar ook de effecten van te weinig neerslag: verdroogde plantjes, weinig bloemen. “Ik kan hier niet steeds gieters naartoe slepen, het moet zichzelf in stand kunnen houden,” zegt ze.

Vitale bodem en goed maaibeleid is essentieel

Het probleem is niet alleen de droogte, het is ook de slechte kwaliteit van de bodem in de stad. “Gemeentes kunnen veel doen om inwoners met groene plannen te ondersteunen. Stort geen zand in plantvakken en geveltuinen, zoals nu steeds gebeurt, maar rijke biologische, turfvrije tuinaarde met bodemleven. Een vitale bodem met veel organisch materiaal werkt als een spons. Het is de basis van gezonde planten én essentieel voor het infiltreren van regenwater en het tegengaan van droogte,” legt Carlijn uit. Bij hoosbuien wordt het water dan beter opgevangen en vastgehouden voor drogere tijden. En daar profiteren planten én bodemdieren van. Daarnaast is een goed maaibeleid essentieel. Veel groen tegelijk afmaaien is volgens de Groene Buurvrouw niet meer van deze tijd. “Maai niet alles in een keer af, maar in delen in tijd en ruimte en afhankelijk van het weer, zoals sinusmaaien. Dat geeft insecten en planten echt een kans om te overleven in de stad.”

Buurtgroen: planten in plaats van auto’s

We vervolgen onze route naar een buurtplantsoen dat bewoners van een hofje zelf hebben aangelegd, met hulp van de Groene Buurvrouw. “Deze mensen wilden hun pleintje graag vergroenen, want er stonden te veel auto’s en het werd in de zomer veel te heet. Maar ook hier is op de bodem bezuinigd. De bewoners vechten nu tegen de droogte. De planten hadden al veel hoger kunnen zijn. Het project was al vrij duur: de planten kosten geld en er kwamen nieuwe tegels. Toen was er geen geld meer voor goede tuinaarde. Hier kwam dus weer zand in. En daarom hebben de planten het allemaal zo moeilijk.” Carlijn pakt een handje zand uit het plantvak. “Als de bodem goed op orde is, bedekken de planten de bodem en gaat dat verdamping tegen. Met een vitale bodem bespaar je heel veel gieters water. Medewerking van de gemeente is ontzettend belangrijk. Als zij voor goede grond zorgen, gaat de rest veel makkelijker.”

Geveltuinen: gekleurde oases tussen de stenen

Op de terugweg lopen we langs een prachtige geveltuin die Carlijn heeft aangelegd in de kleuren van het huis. We treffen de bewoner toevallig op de stoep. “Ik heb mijn werkkamer aan de voorkant van het huis en bijna iedereen die langsloopt stopt even om van de bloemen te genieten.” De straat is van gevel tot gevel versteend, met uitzondering van een enkele geveltuin. Met het verwijderen van slechts een paar stoeptegels is het al mogelijk om bloemen en struiken te kweken. Het regenwater dat in deze tuintjes valt, verdwijnt niet naar het riool, maar trekt in de bodem. Inwoners dragen daarmee bij aan het herstel van de waterkringloop en verkoeling van de stad.

Geveltuin

De voordelen van inheemse beplanting

Terug bij de boomspiegels bewonderen we de kruisdistels met hun bijzondere stelen. “De distels doen het allemaal prima zonder water. En dit vind ik dus te gek hè, dat die steeltjes ook blauw zijn.” Inheemse planten als distels zijn goed voor de biodiversiteit. “Het zorgt voor een hele grote soortenrijkdom aan bijen. We mogen leren dat deze wilde kruiden ook een plek kunnen hebben tussen onze vaste planten.” Carlijn vindt het daarom ook moeilijk als de gemeente brandnetels maait. “Brandnetels zijn ontzettend belangrijk voor heel veel vlinders, die leggen daar eitjes op. Het gaat niet zo goed met onze insectenpopulatie en al helemaal niet met de vlinders. En ja, als je dan gaat maaien: wie weet hoeveel rupsen en eitjes er nu weg zijn geslagen.”

Ontzettend veel diertjes

Het hele jaar rond bloeit er wel iets op het balkon, in de steeg, rond de boomspiegels, in het adoptiegroen, in het buurtplantsoen en in de geveltuinen. “Ik werk heel veel met bloembollen. Die bloeien vanaf eind januari al, tot eind juni, als de alliums uitgebloeid zijn. Dan heb je dus al een half jaar bloemen. Als de bollen uitgebloeid zijn, dan nemen de vaste planten het over. Daarna hebben we nog najaarsbloeiers zoals de Japanse anemoon, dahlia’s, astertjes en grassen. In de winter heb je ook bepaalde struiken en bomen die bloeien op de kale takken. En dan begint het weer met de sneeuwklokjes.”

Carlijn observeert graag de insecten in het stadsgroen. “Ik merk dat er echt een grote hoeveelheid diertjes op afkomt, ontzettend veel. Soms zie ik een diertje dat ik niet ken, die ga ik dan opzoeken. Dan denk ik: ‘Wat tof dat die ook mijn tuin bezoekt’. Ze weten mijn planten te vinden, ook midden in de stad. Dat vind ik heel bijzonder. Als je bloeiende planten neerzet, dan komen ze.”

Carlijn Krielaars observeert het stadsgroen

Meer informatie vind je op de website van de Groene Buurvrouw en op het Instagram-account van de Groene Buurvrouw.

Tekst en fotografie: Marjolein Bezemer

« Terug

Sluiten