Wat leerden waterschappen van de droogte van 2018? - Waterschap Rivierenland

donderdag 27 juni 2019

De droogte van 2018 zorgde in Nederland voor grote problemen. De waterschappen hebben een belangrijke taak in het aanpakken van problemen die droogte veroorzaakt. Wat hebben zij geleerd van het droge jaar en welke maatregelen treffen zij nu het grondwaterpeil nog niet hersteld is? De eerste in een reeks van vier: Waterschap Rivierenland over droogte, beregeningsverbod en de rol van Rijkswaterstaat. 

Foto: Peter van Hattem

Droogte is een sluipmoordenaar 

Erik de Pooter, procescoördinator Samenwerking Waterketen van Waterschap Rivierenland, heeft veel geleerd van de droogte van 2018. “Als we het dit jaar weer meemaken, zullen we effectiever kunnen werken”, zegt hij. “Droogte is een sluipmoordenaar”, aldus De Pooter: “Wateroverlast en overstromingen zijn onmiddellijk zichtbaar en dan komen alle instanties direct in actie. Maar droogte is minder zichtbaar en er is nog niet veel over bekend”.  

Waterschap Rivierenland kon het, anders dan andere waterschappen in Brabant, nog lang uitzingen met rivieraanvoer. Maar in de tweede week van juni 2018 gingen de waterstanden omlaag en kwamen de inlaten droog te liggen. Dat veroorzaakte een crisissituatie waarin de waterschappen in Regionale Droogte-overleggen samen oplossingen zochten voor de problemen die ontstonden. Zo werd kwetsbare, natte natuur bedreigd en konden agrariërs minder water gebruiken voor irrigatie. 

Vroegtijdig beregeningsverbod 

Een paar maatregelen werkten erg goed, zoals het vroegtijdig instellen van een beregeningsverbod voor overdag, om verdamping te voorkomen. De Pooter: “De verdamping is enorm bij temperaturen boven de dertig graden. Je verliest dan 80% van het water”. Daarnaast worden nu strategisch peilverhogingen toegepast. Dat betekent dat de waterbeheerders het waterpeil van reservoirs zoals het IJsselmeer standaard hoger zetten in de zomer om eventuele droogte op te kunnen vangen. “Dit jaar mag het peil in het IJsselmeer 20 centimeter hoger worden opgezet om goed voorbereid te zijn om droogte,” aldus De Pooter. “Maar ook op kleinere schaal kun je watervoorraden aanleggen, zoals de waterhouderij bij Veghel. Daarmee kun je wel een paar dagen vooruit”.  

Rol van Rijkswaterstaat 

Voor de toekomst zou De Pooter graag zien dat Rijkswaterstaat een prominentere rol gaat innemen bij het aanpakken van klimaatadaptatie. “Het is eigenlijk een superwaterschap, maar we hebben vorig jaar met de droogte helaas weinig praktische, concrete medewerking gekregen van Rijkswaterstaat”. Op de lange termijn ziet De Pooter wel wat in het opbouwen van organisch stofgehalte in de bodem waardoor de sponswerking verbetert. “Maar voor acute droogte zijn bassins zoals waterhouderijen en meren nog altijd het meest efficiënt”. 

« Terug

Sluiten