Hoogste en laagste uitstootscenario geschrapt – wat betekent dat?
Begin deze maand heeft een groep internationale wetenschappers nieuwe scenario’s uitgebracht voor de verwachte uitstoot van broeikasgassen. Opvallend hieraan: het hoogste scenario (SSP5-8.5) en het laagste scenario (SSP1-1.9) zijn verdwenen. Wat betekent dit voor de KNMI’23-klimaatscenario’s? En heeft dit ook gevolgen voor klimaatadaptatie in Nederland?

Mogelijke beelden van klimaatverandering
Het is belangrijk om te beseffen dat de scenario’s geen toekomstvoorspellingen zijn. Wat ze wel doen is een mogelijk beeld geven van hoe het klimaat kan veranderen bij verschillende keuzes over fossiele brandstoffen, veeteelt en ontbossing. De nieuwe scenario’s liggen dichter bij elkaar dan de huidige. Dat betekent dat de bandbreedte waarin het klimaat zal veranderen in deze nieuws scenario’s kleiner is geworden.
Hoogste scenario verdwenen
Het hoogste scenario, ook wel het worst-case scenario, is niet meer realistisch. Dat komt door de grootschalige inzet van zon- en windenergie, als gevolg van klimaatbeleid en de dalende kosten voor het opwekken van deze energie. Goed nieuws: dit is het resultaat van wereldwijde actie om economieën te verduurzamen.
Laagste scenario uit beeld geraakt
Aan de andere kant is er slecht nieuws: het laagste scenario is niet meer haalbaar. Er is zoveel CO₂ uitgestoten dat een opwarming van maximaal 1,5 graad, die bij dit scenario hoort, buiten bereik ligt. En dat terwijl landen met het Akkoord van Parijs hadden afgesproken onder deze grens te blijven. De reden daarvoor is dat een opwarming boven de 1,5 graad tot onomkeerbare gevolgen kan leiden, zoals het smelten van de ijskappen en het afsterven van koraalriffen. Alleen als het lukt om met technologische ingrepen op grote schaal CO₂ uit de atmosfeer te verwijderen, zou het mogelijk kunnen zijn om rond het jaar 2100 terug te keren naar 1,5 graad.
KNMI’23-scenario’s blijven bruikbaar
De nieuwe uitstootscenario's veranderen niets aan de bruikbaarheid van de KNMI’23-klimaatscenario’s. De KNMI’23-scenario’s beschrijven hoe het klimaat in Nederland kan veranderen onder verschillende omstandigheden. Daarbij kijkt het KNMI niet alleen naar de hoogte van de uitstoot, maar ook naar de ‘klimaatgevoeligheid’: hoe sterk reageert het klimaatsysteem op broeikasgassen? Ook kijkt het KNMI naar hoe regionale effecten uitpakken.
Hoogste KNMI-scenario’s blijven mogelijk
De hoogste KNMI-scenario’s blijven mogelijk, zelfs als de wereldwijde uitstoot lager uitvalt dan in het hoogste uitstootscenario. Bijvoorbeeld doordat het klimaat sterker reageert op broeikasgassen of doordat effecten zoals droogte en veranderingen in oceaanstromingen sterker doorwerken. Daarnaast zal in scenario's met blijvende uitstoot de temperatuur ook na 2100 doorstijgen. Zoals klimaatwetenschapper Marjolijn Haastnoot in een interview op de website van de EO zei: “Die meters zeespiegelstijging gaan we sowieso krijgen. Wanneer, is afhankelijk van hoeveel de aarde opwarmt.”
Rekening houden met sterke klimaatverandering
Beleidsmakers, waterbeheerders en stedenbouwers moeten volgens het KNMI rekening blijven houden met alle KNMI’23-scenario’s, ook de meest extreme varianten. Dat het hoogste uitstootscenario minder waarschijnlijk is geworden, betekent namelijk niet automatisch dat de sterkste klimaatverandering ook van tafel is. Goed klimaatbeleid vraagt zowel om snelle vermindering van uitstoot als om voorbereiding op de gevolgen van verdere opwarming.
Nieuwe KNMI-scenario’s in 2030
De nieuwe uitstootscenario’s worden de komende jaren doorgerekend met de nieuwste klimaatmodellen. Het IPCC verwerkt deze inzichten later in nieuwe klimaatrapporten. Rond 2030 publiceert het KNMI vervolgens nieuwe klimaatscenario’s voor Nederland.
Meer nieuws
mei 2026
- 19 mei 2026 - Hoogste en laagste uitstootscenario geschrapt – wat betekent dat?
- 18 mei 2026 - Bouwstenen voor regels over klimaatadaptatie in omgevingsplan
april
- 22 april 2026 - Biesbosch Museumeiland opent toekomstpaviljoens over klimaat en water
- 17 april 2026 - 11 maatregelen om wateroverlast te voorkomen in de regio Den Bosch
- 09 april 2026 - Biesbosch MuseumEiland: (over-)leven met water
- 07 april 2026 - “Met de Adaptatiepiramide kunnen overheden voortaan zelf beoordelen hoever ze zijn met klimaatadaptatie”
- 01 april 2026 - Rapport PBL: ingrijpende maatregelen nodig tegen klimaatrisico’s